U rondt de studie af met een praktijkonderzoek. Zo’n praktijkonderzoek is een eenvoudig onderzoek, uitgevoerd door een professional in de praktijk naar aanleiding van een door hem als niet optimaal ervaren situatie (verlegenheidssituatie). Het onderzoek is gericht op het beoordelen -en zo mogelijk verbeteren- van die situatie.
U heeft zich voorbereid op het doen van uw praktijkonderzoek via de seminars Kennisconstructie en praktijkonderzoek. In de seminars 1 tot en met 3 heeft u geleerd onderzoeksliteratuur op te sporen, te beoordelen en te verwerken. In de seminars 4 en 5 heeft u kennis gemaakt met de principes van praktijkonderzoek, en heeft u een eerste opzet gemaakt voor het eigen praktijkonderzoek.
In het studieonderdeel Praktijkonderzoek werkt u deze onderzoeksopzet verder uit, daarbij ondersteund door een u toegewezen 1e en 2e begeleider. In de loop van het studiejaar (of voor voltijders: in het tweede jaar) verwerkt u de literatuur en verzamelt u gericht gegevens met betrekking tot uw onderzoeksvragen. Deze gegevens verwerkt u tot antwoorden op uw vragen en u gaat na wat de betekenis is van deze antwoorden voor de verlegenheidssituatie waar uw onderzoek mee begonnen is (tot aanbevelingen komen).
De laatste periode van uw studie is collegevrij. U kunt dan al uw studietijd besteden aan de afronding van uw praktijkonderzoek en het schrijven van het eindrapport. U presenteert dit rapport aan uw medestudenten en uw studiecoach. Meestal zal men het rapport ook presenteren aan de collega’s op de eigen school. Een beperkt deel van de studenten zal uitgenodigd worden het eigen praktijkonderzoek te presenteren op de Vlootschouw, het jaarlijkse symposium voor praktijkonderzoek van onze studenten. Dit symposium vindt plaats in het begin van het studiejaar. De drie beste praktijkonderzoeken worden bekroond. |