Uitstroomprofiel Onderwijs en leerproblemen
Goed onderwijs is uitdagend en aantrekkelijk voor iedere leerling. Goed onderwijs begint bij het beste willen halen uit alle leerlingen en bij pedagogisch-didactisch handelen dat gebaseerd is op ’wat werkt’. Op scholen waar leerlingen goed presteren en vaardig zijn in lezen, taal en rekenen/wiskunde handelen leraren meestal vanuit een onderzoekende houding. De sfeer in de klas is taakgericht. Vorderingen van leerlingen worden in kaart gebracht en de uitkomsten daarvan worden gebruikt om het onderwijs te verbeteren. Leerlingen die achterop dreigen te raken, krijgen extra hulp. Kortom: school en leraar maken samen het verschil.
Vorm geven aan goed onderwijs betekent dat leraren in toenemende mate in staat zijn adequaat in te spelen op uiteenlopende onderwijsbehoeften van leerlingen. Dat kan in de groep of schoolbreed vragen oproepen, als:
- Worden de gestelde didactische doelen dit schooljaar gehaald?
- Deze leerling valt uit op rekenen, wat kan er aan de hand zijn?
- Welke mogelijkheden zijn er om leerlingen extra te ondersteunen met rekenen/wiskunde? En hoe organiseer ik dat binnen mijn school?
- Hoeveel effectieve leertijd is er met betrekking tot lezen?
- Is het nodig om meer groepsgewijs te gaan werken?
- Op welke manier kunnen wij voor onze dyslectische leerlingen compenserende middelen inzetten?
- Hoe zetten wij binnen onze school een dyscalculieprotocol op?
- Hoe voer ik een diagnostisch rekengesprek of een motiverend leesgesprek?
U krijgt als professional handvatten om uw onderwijskundige competenties verder te ontwikkelen. Het analyseren van resultaten, het borgen van de kwaliteit van het leren en onderwijzen, het didactisch handelen, de leerlingenzorg en de geplande onderwijstijd worden binnen onze leerroutes beschouwd als kritische succesfactoren voor hoge opbrengsten.
Binnen dit uitstroomprofiel kunt u kiezen uit de volgende leerroutes:




